Timmerindustrie in een inhaalslag

Timmerindustrie in een inhaalslag

‘Een andere productiewijze vraagt om andere vakmensen’

Nu de branche zich herstelt van de crisis, voltrekt zich in de timmerindustrie een rigoureuze inhaalslag. Hans Zwaanenburg, bedrijfskundige en directeur van de
Nederlandse Branchevereniging voor de Timmerindustrie geeft zijn visie op de snelle vernieuwing van de hele sector.

De timmerindustrie ofwel ‘De machinale’ zoals de sector voorheen werd aangeduid, verkeert in een onomkeerbare en rigoureuze verandering. Wat ziet u veranderen?
Hans Zwaanenburg: “De timmerindustrie verandert van een ambachtelijke naar een procesgestuurde industrie. Het echte ambacht, het handmatig en machinaal werken met hout – dat op zich een mooi vak is – gaat een meer procesmatige kant op omwille van een andere marktvraag, meer efficiëntie, lagere kosten, hogere productiesnelheid en meer flexibiliteit. In de moderne timmerfabriek zie je een heel ander productieproces dan in het ambachtelijke bedrijf. Het zijn de machines, de CNC-gestuurde technieken, de lijmrobots en de gemechaniseerde spuitinstallaties die het werk gaan overnemen. Wat dit betreft is de timmerindustrie, maar in feite de hele bouw, bezig aan een inhaalslag. Wij zijn pas heel laat begonnen met automatiseren, zeker als je het vergelijkt met de auto-industrie.”

Aan de ene kant probeert de NBvT de kwaliteit van het vakmanschap in de timmerindustrie op peil te houden met een goede vakopleiding en het stimuleren van de instroom van jongeren, terwijl er aan de andere kant steeds minder vakmensen nodig zijn in het productieproces. Hoe valt dat te rijmen?
“Het werk in de timmerfabriek moet nu inderdaad gedaan worden met minder mensen, maar vooral ook met ándere vaklieden, die ánders zijn opgeleid. Zo hadden we in onze branche de vakopleiding ‘Bekwaam timmerfabrikant’. Dat is nu de managementopleiding ‘Industrieel bouwen met hout’ geworden, met vakken als bedrijfskunde,
marketing en automatisering. We komen uit een crisis waarbij de timmerindustrie bijna werd gehalveerd. In 2007 waren er nog 15.000 werknemers in onze sector. In 2014 waren dat er 7500.Door het aantrekken van de economie, werken er nu weer 9500 vakmensen in onze branche. Op dit moment is er een toenemende vraag naar werkvoorbereiders, productiemedewerkers en specialisten in automatisering en in CNC-gestuurde techniek. De mbo-vakopleidingen – de HMC-vakscholen (voorheen Hout- en Meubileringscollege) in Rotterdam, Amsterdam en in Oost-Nederland – kunnen leerlingen tegenwoordig een baangarantie in het vooruitzicht stellen.”

Hoe staat het nu met het imago van het werken in de timmerfabriek?
“Bij veel mensen bestaat nog het beeld van een timmerfabriek als een stoffige werkplaats. Dat klopt voor een deel. Er zijn nog altijd bedrijven waar je de voetafdrukken kunt zien in het houtstof op de vloer. Dat betekent dat daar ook teveel houtstof in de lucht zit die de mensen daar inademen. Met de bedoeling om blootstelling aan houtstof
te beperken, hebben de houtbranches samen met de sociale partners deze zomer de campagne ‘Houtstof tot nadenken’ (www. houtstoftotnadenken.nl) gelanceerd. Werkgevers zouden bij elke aanschaf van een nieuwe machine moeten nagaan of de stofafzuiging van de nieuwe aanwinst afdoende is. Voor werknemers zou het vanzelfsprekend moeten zijn dat je een werkplek niet schoon maakt door houtstof met perslucht in het rond te blazen. “Voorkomen van blootstelling aan houtstof zou normaal moeten zijn voor een bedrijf dat serieus omgaat met maatschappelijk verantwoord ondernemen. Het is bedrijfsbelang dat mensen vellig, gezond en prettig kunnen werken. Dat geldt ook voor de inzetbaarheid en het werkvermogen van werknemers. Sommige werkopdrachten passen meer bij jongeren en andere taken kunnen ouderen beter uitvoeren, afhankelijk van capaciteiten, werkervaring of opleiding. Met de vakbonden zijn we in het kader van het zogenoemde ‘generatiepact’ op zoek naar een andere inzetbaarheid van de oudere werknemers. We zitten met de kater dat we voorheen onvoldoende hebben gezorgd voor een opleidingstraject dat goed is afgestemd op de werknemers en op de eisen van de markt. We willen de kwalificatiestructuur van de vakopleiding veranderen om daarmee te bereiken dat leerlingen zich sneller kunnen specialiseren zodat ze beter inzetbaar zijn.”

Als u zelf kozijnfabrikant zou zijn, zou u dan graag actief zijn in de renovatie of liever in de nieuwbouw?
“Ik ben ervan overtuigd dat er voor de kozijnfabrikant momenteel in de renovatie een betere boterham te verdienen valt dan in de nieuwbouw. Ik denk ook dat een hedendaagse kozijnfabrikant zich ervan bewust moet zijn dat hij over tien jaar gevelelementen moet kunnen leveren. Je ziet nu al dat bij steeds meer projecten, zowel in de
nieuwbouw als bij renovaties, complete gevelwanden worden geplaatst. Sommige kozijnproducenten houden er al rekening mee dat losse kozijnen voor renovaties binnen afzienbare tijd een nichemarkt wordt. Daarom maak ik me wel zorgen als ik zie hoe sommige kozijnfabrieken zwaar investeren in automatisering en mechanisering.
Op de korte termijn kunnen ze daarmee de productiecapaciteit voor een specifiek product wel flink verhogen, maar wat gebeurt er als de bouweconomie weer gaat haperen? “Ook krab ik me af en toe achter de oren als ik kijk naar wat ik het ‘Willie Wortel-gehalte’ van onze branche noem. Ik zie ondernemers die met trots hun geavanceerde machines laten zien die miljoenen hebben gekost, terwijl lang niet alle mogelijkheden van die kostbare techniek volledig worden benut. Daarnaast valt aan de software die in gebruik is wel het een en ander te verbeteren. Er bestaat een duidelijke behoefte aan software die specifiek is afgestemd op toepassingen in de timmerindustrie. Werken met software die niet up-to-date is, maakt een timmerbedrijf kwetsbaar.

Ten slotte nog een opmerking over marketing: hout vertegenwoordigt in de biobased en circulaire economie een kernwaarde als vernieuwbaar product waarmee we gevelproducten maken die ruimschoots voldoen aan alle technische eisen en die zeer goed scoren in de nationale milieudatabase (NMD). Dat is inmiddels een bekend gegeven. Het komt er nu op aan om ook andere kwaliteiten van hout in de spotlights te zetten. Waarom kunnen we niet bij de Bijenkorf een fraai houten kozijn uitzoeken dat mooi bij onze houten tafel past?”

Tekst: Louis Jongeleen
Beeld: Bouwplaat Vught

Hier uw advertentie?
Bel +31 (0)73 503 35 44.

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief