Sloop en hergebruik van ramen, deuren en kozijnen

Sloop en hergebruik van ramen, deuren en kozijnen

Standaardiseren, opschalen en remontabel bouwen

 

 

Zolang nog niet alle nieuw geproduceerde ramen, deuren en kozijnen circulair zijn, wordt circulariteit vooral bereikt door oude exemplaren te oogsten uit sloop- en renovatiepanden. Arend van de Beek, programmamanager circulariteit bij Lagemaat Sloopwerken, kent de huidige kansen en drempels. Zijn boodschap voor de toekomst is: opschalen. Ook pleit hij voor standaardisatie en remontabel bouwen. In een Zwols proeftuinproject krijgt het sloopbedrijf uit Heerde de kans die toekomst alvast uit te proberen. Een digitaal materialenplatform moet een sleutelrol gaan spelen.

Of het nou gaat om aluminium, staal, kunststof of hout: de meeste kozijnen die Lagemaat Sloopwerken uit sloop- en renovatiepanden oogst, worden door die gebouwen niet zonder slag of stoot prijs gegeven. Daar zijn twee eenvoudige redenen voor, vertelt Arend van de Beek van het sloopbedrijf uit Heerde: “Aluminium puien, dat gaat nog; dat is een kwestie van latjes eruit, glas eruit en losschroeven. Maar de meeste bestaande kozijnen zijn niet remontabel, en veel kozijnen zijn maatwerk, specifiek – op de millimeter – ontworpen voor dat ene gebouw. Dat maakt het niet makkelijk om ze elders weer opnieuw toe te passen. Dat moet echt anders, vanuit het perspectief van circulair slopen.”  Bij kozijnen van staal en aluminium speelt bovendien een ander thema: die hebben een waarde op de schrootmarkt. Een stalen of aluminium kozijn zo uit een slooppand halen dat het hergebruikt kan worden (Van de Beek noemt het ‘omgekeerd bouwen’) gebeurt wel, maar is erg kostbaar. Bijkomend nadeel: oude kozijnen hebben vaak nog koudebruggen en er kan geen tripleglas in. Ook dat begrenst de herbruikbaarheid. Van de Beek: “Dergelijke kozijnen kunnen niet een-op-een als buitenpui in een nieuw bouwproject worden toegepast. Maar bijvoorbeeld wel nog als scheidingswand in een kantooromgeving.”


Arend van de Beek, programmamanager circulariteit bij Lagemaat Sloopwerken: “Remontabel bouwen geeft een boost aan circulair bouwen, naast standaardisering en opschalen.”

97 procent circulair
Een paar jaar geleden zagen veel architecten 80 procent circulariteit als hoogst haalbaar hergebruik in nieuwbouw. In het kortgeleden opgeleverde De Kwekerij in Utrecht realiseerde Lagemaat Sloopwerken als opdrachtgever 97 procent circulariteit. De Kwekerij is een tijdelijk multifunctioneel horecapand annex informatiecentrum, met appartementen en kantoren. Het gebouw bestaat uit prefab modules uit een GGZ-kantoor in Ermelo. Systeemplafonds en toegangsdeuren stammen uit een slooppand in Nieuwegein, de dubbele deuren voor de technische ruimtes uit een Zwols donorpand, de zonwering komt uit een renovatiesloop in Deventer. Slechts 3 procent van De Kwekerij bestaat uit nieuwe bouwmaterialen. Om de sprong naar gasloos te kunnen maken, waren moderne elektrische installaties vereist. En De Kwekerij kreeg nieuwe brandwerende wanden – het circulaire pand is een tijdelijk gebouw, maar voldoet aan alle brandveiligheidseisen. Ten slotte kreeg De Kwekerij drie nieuwe buitendeuren. Arend van de Beek: “In geen enkel donorpand waren drie inbraakbestendige buitendeuren tijdig voorhanden. Zodoende moesten we nieuwe deuren plaatsen, uit FSC hardhout. Daarbij keken we goed naar de remontabiliteit, de levenscyclusanalyses (LCA’s) en de herbruikbaarheid.”

Geen kip komt ze ophalen
Ook hergebruik van deuren kent zo zijn problemen, zelfs al zijn ze volgens Arend van de Beek heel interessant om te oogsten: “Je draait de scharnieren los en klaar.” Het aanbod aan deuren in donorpanden is enorm, vertelt de programmamanager circulariteit bij Lagemaat. Maar: “Veel van de deuren die we aantreffen zijn geen 2,30 meter hoog. Je treft in donorpanden volop deuren aan met afwijkende maten: een meter breed, 1,92 hoog...”
En dat is jammer, want in de praktijk hebben die deuren vaak geen beschadigingen, geen krassen, zijn niet zelden hoogwaardige HPL-deuren. Van de Beek: “Daar wordt je als circulair sloper enthousiast van. Maar: geen kip komt ze ophalen, want je kunt met die afwijkende maten niks beginnen.” En refurbishen loont eigenlijk niet bij dergelijke deuren. Van de Beek: “Dan houdt het met het hergebruik eigenlijk meteen al op. Het rekenmodel is gewoon matig. Als een deur een centimeter te breed is, moeten we dat aanpassen en vervolgens een strip of een HPL-plaatje monteren. Dat kan eigenlijk niet, qua materiaal- en arbeidskosten.” Een uitzondering vormen speciale deuren. Daar is wel een markt voor, legt Van de Beek uit: “Neem paneeldeuren of bijzondere voordeuren. Die hebben een historische waarde en daar is wel vraag naar. Maar de bouwagenda 2050 daarmee invullen, dat kun je wel vergeten.”


In De Kwekerij in Utrecht is 97 procent van de gebruikte bouwmaterialen afkomstig uit een handvol sloop- en renovatiepanden, verspreid over heel Nederland. Het tijdelijke gebouw kreeg drie nieuwe inbraakbestendige buitendeuren, omdat ze niet tijdig in een donorpand voorhanden waren. Bij de keuze voor de nieuwe buitendeuren uit FSC hardhout, speelden overwegingen als remontabiliteit, LCA’s en herbruikbaarheid een rol.

Insert.nl: digitaal opschalen
Het hergebruik van bouwmaterialen opschalen, dat is een van de ideeën van Insert, de stichting achter het gelijknamige digitale materialenplatform waaraan sloopbedrijf Lagemaat zich committeerde, samen met elf andere partijen uit de sloop en bouw. Via de website kunnen architecten met STABU-bestekcoderingen zoeken naar herbruikbare materialen, van deuren en installaties tot hang- en sluitwerk. Op de website zien de architecten vervolgens welke materialen in de toekomst vrijkomen uit donorpanden, in een door hen zelf aan te geven straal rondom de locatie waarvoor zij een ontwerp maken. Met die materialen kunnen zij dan alvast ontwerpen. De materialenvoorraad op insert.nl zit dus vaak nog in donorpanden vast en is digitaal geïnventariseerd. Arend van de Beek van Lagemaat Sloopwerken: “In één dag nemen wij met een tablet een slooppand van twee bouwlagen digitaal op: wat zit er aan bruikbare materialen in dat pand, wat zijn de eigenschappen van die materialen, wat zijn de kwalificaties?”

Opschalen maakt kosten beheersbaar
Al die variatie in de maatvoering moet – en zal – op termijn verdwijnen, meent Van de Beek: “Linksdraaiend of rechtsdraaiend, opzet of stomp, dat maakt niet uit. Maar de maatvoering van deuren – en puien – moet vanuit circulair perspectief meer geharmoniseerd worden.” De komende jaren zullen de problemen met de afwijkende deurmaten aan de bron afnemen, verwacht Van de Beek: “Hoe jonger de sloop- en renovatiepanden, des te vaker zullen circulaire slopers in donorpanden remontabele materialen met pragmatische eigenschappen aantreffen. Dan kunnen we ook opschalen, het refurbishen landelijk aanpakken en distribueren vanuit meerdere hubs. Dat maakt de kosten beheersbaar.”

Kansrijk hardhout
Als het gaat om hergebruik van ramen, deuren en kozijnen, dicht Van de Beek hout de beste kansen toe. En dan met name meranti en merbau. Maar ook hier geldt: de hoeveelheid maakt het verschil – opschalen is over de hele linie van het circulaire slopen het leidmotief. Als voorbeeld noemt Van de Beek de hardhouten kozijnen uit meranti en merbau in scholen: “Die kozijnen hebben grote lengtes en weinig vervuiling in de vorm van spijkers of schroeven. Technisch gezien is dat hout bovendien goed; we hebben het dan vaak over meranti en merbau uit de jaren negentig en tweeduizend, het hardhout van vóór FSC, dat vaak steviger is. Hier loont het zich om de lak en de kit eraf te halen en al het ijzer te verwijderen. Met dat schone hout kan iedere timmerfabriek vervolgens weer vingerlassen en lamineren.” Dit moet een haalbaar duurzaam model zijn, verwachten ze bij Lagemaat Sloopwerken. Van de Beek: “Daar rekenen we nu vanuit stichting Insert aan, en bijvoorbeeld TNO heeft hier al veel voorwerk gedaan.”


Kansen voor circulair meranti
Dat de kansen voor meranti als circulair (kozijn-)hout goed liggen, is mede te danken aan de onbruikbaarheid van het natuurproduct in de biomassa-industrie. Die branche verbrandt het liefst het onvervuilde en zachte type A hout van bijvoorbeeld pallets of hout van type B (met verfsporen). Meranti past niet in die categorieën, want het is te hard. Er zit teveel energie in; de verbrandingsoven wordt door meranti te heet. Meranti geldt in type A of B hout voor de biomassa-industrie dus als vervuiling. Ook dat draagt eraan bij dat meranti kansrijk is voor hergebruik als ‘FSC reclaimed’. Arend van de Beek van Lagemaat: “Dat is een prima keurmerk dat voor her te gebruiken meranti makkelijk te krijgen is.”

Zwolse proeftuin
Voor dergelijke kozijnen bestaat mogelijk een markt. Lagemaat is momenteel betrokken bij een circulaire proeftuin in Zwolle, waar een architect met dergelijke meranti kozijnen kan gaan ontwerpen. Van de Beek: “Dat doen we voor woningcorporatie DeltaWonen, dat een gebouw realiseert dat als proeftuin en podium dient voor circulaire producten die zij kunnen toepassen in nieuwbouwprojecten en renovaties. Meranti wordt wat mij betreft in dit gebouw ingezet voor de buiten- en de binnenkozijnen. Onze ambitie is: minstens dezelfde kwaliteit, tegen maximaal dezelfde prijs.” In Zwolle wordt remontabel gebouwd. Ook dat geeft volgens Van de Beek een boost aan circulair bouwen, naast standaardisering en opschalen. Van de Beek: “In Zwolle gaan we uit van het zeslagenmodel van Stewart Brand, daarop hebben we de inschrijving ook mede gewonnen. Neem het leidingwerk en de installaties. Normaal gesproken staat daar een levensduur van 15 tot 25 jaar voor – daarna gelden andere eisen, is de techniek voortgeschreden. Probleem: de leidingen worden veelal in de vloer gestort. Wij kijken daarom in Zwolle mee bij het ontwerpen: is het allemaal modulair en remontabel?”

Klikbare kozijnsystemen
Arend van de Beek noemt klikbare kozijnsystemen een kansrijke vorm van remontabiliteit: “Er is behoefte aan een systeem waarbij men een pui machinaal in zijn geheel uit de gevel haalt, op de bok zet en dan, na een klein beetje aanpassen, hergebruikt. Bij kozijnen is het nu nog steeds zo dat ik eerst de glaslatjes eruit moet halen, dan het glas eruit, dat moet op een bok. Daarna zijn aluminium en kunststof kozijnen makkelijk los te schroeven. Bij vloersystemen is men al veel verder. Daar wordt remontabiliteit steeds vaker voorgeschreven. Na gebruik kunnen vloerelementen eenvoudig uitgetild en elders hergebruikt worden. Maak nou ook die pui zo dat hij er als geheel ingaat en wij hem er zo ook weer uit kunnen halen. Dat begint bij het ontwerp: die pui moet zo ontworpen zijn, dat hij in nieuwbouw in zijn geheel in de gevel kan worden geplaatst.”

Gezonde wedloop
Fabrikanten zijn daar begrijpelijkerwijs niet zo happig op, beaamt Van de Beek. Ontwikkelen voor hergebruik is kiezen voor een toekomstige daling van afzet aan nieuwe kozijnen: “In de pir- en purindustrie speelt iets vergelijkbaars. Maar daar beseft men dat remontabiliteit nodig is – inclusief de consequentie dat de vraag in de toekomst daalt. Maar men anticipeert wel. Want anders worden dingen van bovenaf opgelegd. Dan kan je beter nu het initiatief nemen.” De circulaire transitie is ook een economische transitie, aldus Van de Beek. En dat betekent: een ander basismodel. Van de Beek: “Dat geldt met name voor aluminium en staal, vanwege de milieubelasting, de LCA’s en de Milieukostenindicator. Het duurzaamste lijkt me hout te worden, maar er zijn voor kunststof, aluminium en staal ook goede circulaire tegenargumenten. Het is een gezonde wedloop, waarin het nou eens niet draait om geld, maar om CO2. Ik ben heel benieuwd naar deze ontwikkelingen.”

Dit artikel staat in de rubriek 'Dossier Circulair' in de Raam en Deur september editie 5-2020
Tekst: Hans Fuchs  Beeld: Kees Stuip, Lagemaat Sloopwerken, Hans Fuchs

Hier uw advertentie?
Bel +31 (0)73 503 35 44.

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief