Milieuprestatie van een gebouw wordt begrensd

Milieuprestatie van een gebouw wordt begrensd

De milieuprestatie van producten kan worden berekend met een LCA, een levenscyclusanalyse. Hoe wordt een LCA eigenlijk gemaakt?

Vanaf 1 januari 2018 gelden er wettelijke grenzen aan de Milieuprestatie van Gebouwen (MPG) en van grond-, weg- en waterbouwwerken. De milieulast van een gebouw moet dan onder de milieuscore van MPG=1 blijven. Dat stelt de producenten van bouwmaterialen voor de uitdaging om de milieueffecten van hun productieproces zo beperkt mogelijk te houden. De milieuprestatie van hun producten kan worden berekend met een LCA, een levenscyclusanalyse. Hoe wordt een LCA eigenlijk gemaakt en wat kun je ermee? Raam en Deur ging te rade bij de LCA-deskundigen.

De berekening van de Milieuprestatie van Gebouwen (MPG) is gebaseerd op eenduidig en transparant wetenschappelijk onderzoek naar de milieueffecten die optreden in de loop van de productie van bouwproducten, van grondstofwinning tot en met afdanking. Een levenscyclusanalyse (LCA) laat zien in welke fasen van de productieketen milieuschade optreedt door energiegebruik, emissies en door transport.
Voor Kamiel Jansen, duurzaamheidsadviseur bij NIBE in Bussum, is het inzichtelijk maken van LCA’s al zeven jaar een van zijn hoofdbezigheden. Hij legt uit wat het nut is van een LCA. Jansen: “Neem een fabrikant van kunststof kozijnen. Die wil bijvoorbeeld het DUBOkeur-label halen voor zijn nieuwste kozijn. Om die claim waar te maken laat hij een LCA maken. Voor de positionering van zijn kozijn in de markt kan hij ook een vergelijkend onderzoek laten doen naar de milieuscore van zijn eigen kozijn en die van andere kozijnproducenten. Een groot voordeel is ook dat de fabrikant aan de hand van een LCA precies kan aflezen waar de zwaartepunten moeten liggen bij het terugdringen van ongewenste milieueffecten in het eigen productieproces of bij de keuze van grondstoffen.”

Profileren
Harry van Ewijk, seniorconsultant LCA bij adviesbureau voor Duurzaam Bouwen SGS Search houdt zich al 25 jaar bezig met onderzoek naar duurzaamheid van bouwprocessen en LCA-berekeningen. Hij beschouwt de standaard rekenmethode voor het vaststellen van de milieuprestatie van een gebouw als een belangrijk instrument. Van Ewijk: “Bij berekening van de milieu-impact moesten we vroeger soms appels met peren vergelijken omdat bijvoorbeeld niet duidelijk was of een kozijn met of zonder raam werd geleverd of omdat je niet wist of een deur al was voorzien van hang- en sluitwerk. In de LCA-rekenmethode zijn die factoren wel nauwkeurig omschreven.” Ook met andere vaagheden wordt door de toepassing van de LCA-methode afgerekend. Van Ewijk: “Ik herinner me discussies over duurzaamheid van een jaar of tien geleden waarbij houten kozijnen bijna vanzelfsprekend het imago hadden van beste keuze. Die discussie is overbodig, want met de standaard LCA-berekening kunnen milieuprestaties worden gemeten.”
Van Ewijk signaleert de trend dat producenten zich gaan profileren met verwijzing naar de LCA van hun producten. Van Ewijk: “Eerst zie je dat brancheorganisaties milieuverklaringen ontwikkelen voor hun branche. Vervolgens willen afzonderlijke bedrijven bedrijfsspecifieke milieuverklaringen hebben voor hun eigen producten.” Met het oog op de invoering van de grenswaarde per 2018 heeft Van Ewijk een eenduidig advies voor de producenten van bouwmaterialen: “Het zal snel gewoner worden om voor producten LCA-berekeningen te maken. Wie daar nu nog aan twijfelt, zal er binnen een paar maanden toch echt iets mee moeten.”

Verificatie
In het Oostelijk Havengebied van Amsterdam, in de kantoorkolos waar ook de Persgroep is gehuisvest, bevinden zich de duurzaam ingerichte werkruimtes van EcoChain Technologies B.V. Het bedrijf, zes jaar geleden gestart door de broers Boudewijn en Jochem Mos, heeft als specialiteit het berekenen van LCA’s. Ze hebben het druk de laatste tijd. Jochem Mos: “Fabrikanten van bouwproducten zien de bui al hangen nu die nieuwe grenswaarde voor milieuschade eraan komt. Dat gaat dezelfde kant op als met de verplichte energieprestatieberekening. De overheid gaat op den duur ook de milieuscore scherper stellen. De leveranciers die hun producten nog niet in de Nationale MilieuDatabase (NMD) hebben staan, moeten flink aan de slag met het doorrekenen van hun LCA’s. Want zo werkt het straks. Met een berekening van de LCA volgens de wettelijk norm (EN 15804) kan een product worden opgenomen in de NMD. Opdrachtgevers gaan kijken in de NMD of een product met de berekende MPG-score erin staat.” Zijn broer Boudewijn Mos vult aan: “De producent die de meest betrouwbare LCA-berekening wil hebben, kiest voor een categorie 1-onderzoek waarbij één LCA-bureau een berekening maakt van de bedrijfs- en werkspecifieke gegevens en een tweede, speciaal gecertificeerd LCA-bureau, die LCA verifieert. Zo controleert het LCA-systeem zichzelf. De prikkel voor ons om een zuivere verificatie uit te voeren is dat wij als LCA-bureau willen dat de geverifieerde LCA overeenstemt met de werkelijke ‘voetafdruk’ van dat product.”

Aanname en realiteit
Meestal maakt een producent niet één product, maar een heel assortiment. En voor het vervaardigen van een product worden allerlei andere producten ingekocht. Hoe is het mogelijk om van al die aparte producten aparte LCA’s te maken? Wordt dat niet erg kostbaar en tijdrovend? Jochem Mos: “Zes jaar geleden kostte een LCA-berekening voor één product al snel 20.000 euro. Dat is niet meer reëel tegenwoordig. Wij hebben die kosten met onze aanpak behoorlijk omlaag gekregen. Wij maken tegenwoordig simultaan de LCA’s van bijvoorbeeld alle variaties van een kunststof kozijn en we kijken naar de complete lijst van inkopen die bij andere leveranciers zijn gedaan zoals hang- en sluitwerk, beslag, glas en afdichtingen. Als we dan nog te weinig gegevens hebben van die ingekochte producten, vullen we die aan met referentiedata, een soort branchegemiddelden.
Dat zijn dus niet de echte, gemeten milieuscores, maar aannames, afgeleid van de gegevens uit de EcoChain-database. Maar als het gaat om cruciale producten die in hoge mate bepalend zijn voor de LCA, nodigen we de betreffende leverancier uit om zijn productiedata te koppelen binnen EcoChain. Zo baseren we onze LCA’s in toenemende mate op realiteit en minder op aannames. Tegelijkertijd breiden wij daarmee ons platform van productketens uit. Daar kunnen alle bedrijven die daarin meewerken voordeel van hebben, bijvoorbeeld bij het actualiseren van hun LCA’s.”

  

 LCA van een pvc-kozijn
Ivo Mersiowsky is een zelfstandig expert op het gebied van LCA-berekeningen van pvc-producten. Hij legt uit hoe de productiecyclus van een pvc-kozijn eruitziet. Die cyclus begint bij de winning van ruwe aardolie en eindigt bij verbranding van pvc-schroot en met het circulair inzetten van gebruikte pvc-kozijnen in een nieuwe levenscyclus. Welke zijn nu de cruciale stappen in die keten en waar is de milieu-impact het grootst?
Mersiowsky: “De zware milieulast zit in de voorfase van de keten. Daarvan komt 75 procent voor rekening van de raffinage en bewerking van olie en gas en 25 procent voor de pvc-productie. In de pvc-keten komen daar nog de footprint bij van de extrusie van de pvc-profielen en de productie van ramen en kozijnen (zo’n 20 procent) plus de milieu-impact van de toevoeging van staal en glas (ongeveer 20 procent). Ook het transport van grondstoffen, halffabricaten en producten draagt bij aan de milieulast.”
Tot zover de milieuschade die met een LCA kan worden berekend. Er is ook een andere kant.
Mersiowsky: ”We maken natuurlijk niet voor niets kozijnen van pvc. Een pvc-kozijn gaat al gauw 50 jaar mee. Hooguit wordt het witte oppervlak een beetje grijzig. Maar vergeet intussen niet hoeveel energie we besparen met het toepassen van kozijnen van dit uitstekend isolerende materiaal. Kijken we naar het totaal van energiegebruik en milieuschade in de hele cyclus, dan leert een rekensommetje dat na twee jaar wonen in een gemiddelde woning met pvc-kozijnen, de uitgespaarde energiekosten opwegen tegen de milieuschade van deze kozijnen. Ook voeren bedrijven in de keten steeds meer innovaties door die de milieuschade verder terugdringen. Profielmakers vervangen de stalen versteviging van de pvc-profielen door glasvezelwapening. De compoundfabrieken laten zeer giftige additieven als cadmium en lood nu achterwege. Essentieel is natuurlijk een effectieve inzameling van gebruikte kozijnen. In Nederland is daar al een bijna-sluitend verzamelnetwerk voor opgezet. Tot slot: pvc-kozijnen hebben nog altijd een negatief imago omdat ze gemaakt zijn van een polymeer op basis van een fossiele grondstof en omdat pvc chloorverbindingen bevat. Moemnteel wordt onderzoek gedaan naar vervanging van chloorhoudend pvc door biobased polymeren uit houtvezels. Pvc maken op basis van biomassa is technisch al mogelijk, zoals blijkt uit onderzoek in Argentinië (Solvay Indupa), Brazilië (Braskem) en Oostenrijk (VIBT).”

 

Levenscyclus van een pvc-kozijn

    

• Productie van pvc
1 – winning van aardolie en aardgas
2 – distillatieproces en  thermisch kraken tot ethyleen 
3 – chlorineren van ethyleen tot vcm (vinylchloride monomeer)
4 – polymerisatie van vcm tot pvc-poeder
5 – mengen van pvc met additieven (compoundfabriek)

• Pvc-kozijn als bouwproduct
6 – productie van pvc-profielen en assemblage van kozijnen, ramen en deuren, met profielversterking (staal of glasvezel), beglazing, hang- en sluitwerk, raam-en deurbeslag, onderdorpels en afdichtingsproducten
7 – plaatsen en afmonteren van pvc-kozijnen, ramen en deuren (bouwlocatie)
8 – gebruiksduur minimaal 50 jaar

• Pvc-kozijn als kringloopproduct
9   – demontage kunststof kozijnen en transport naar verzamelpunt
10 – vermalen van pvc-schroot tot granulaat (recyclingbedrijf)
11 – de kringloop sluit: zie 6 en verder

 

Tekst: Louis Jongeleen

Beeld: Bouwplaat Vught
           Deceuninck NV

Hier uw advertentie?
Bel +31 (0)73 503 35 44.

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief