Het ranke stalen raam wordt stijlicoon

Het ranke stalen raam wordt stijlicoon

De terugkeer naar de ijzertijd

Wonen en werken in een gerestaureerde bedrijfsruimte van een oude fabriek, met grote ramen waardoor het zonlicht in brede bundels binnenvalt. 

Tekst: Louis Jongeleen

Dat beeld beantwoordt steeds meer aan het ideaal van een hedendaagse lifestyle. Daar horen ook stalen ramen bij. En dan liefst geïsoleerd, met het oog op de energiekosten en een comfortabel binnenklimaat. Ziedaar, de comeback van het stalen raam!

Ramen en kozijnen van gietijzer en staal zijn bouwproducten die de sfeer oproepen van fabrieken, werkplaatsen en bedrijfsruimten van een eeuw geleden, of ouder. Van die stille getuigen van onze industriële revolutie is nog maar betrekkelijk weinig over. De erkenning dat de werkloze restanten van vroege fabrieksgebouwen de moeite waard zijn om te bewaren, is iets van de laatste twintig jaar. Pas sinds 1996 wordt industrieel erfgoed in Nederland wettelijk beschermd. In de jaren negentig beginnen langzamerhand steeds meer creatievelingen, horecaondernemers en particulieren zich te vestigen in gerestaureerde of opgeknapte industriële monumenten. Zij weten dan al hoe een groot stalen raam in een oude muur gunstig licht verschaft om bij te werken en ontdekken opnieuw dat een fikse bundel daglicht die binnenvalt door een groot glasoppervlak met smalle stalen roeden, bijdraagt aan wooncomfort of prettig werken. De voordelen van stalen ramen zijn nog niet uit de tijd. Behalve de grote daglichtopbrengst en een strak ofwel ‘modernistisch’ uiterlijk, hebben stalen ramen een ambachtelijke uitstaling en zijn bovendien constructief sterk, redelijk onderhoudsvriendelijk en vrijwel eindeloos recyclebaar.

Isoleren
Bij renovatie en speciaal bij restauratie van bestaande stalen ramen komen de betrokken partijen steevast voor dezelfde vragen te staan. Deskundige Nico Kremers geeft enkele antwoorden. Dat kan hij op grond van zijn ervaring van meer dan veertig jaar als ondernemer in de metalen gevelbranche en als voormalig voorzitter van de branchevereniging VMRG. Kremers: “Zowel in restauratie als bij renovatie en nieuwbouw, moet je bij behoud of toepassing van stalen raamprofielen rekening houden met de hedendaagse eisen op het gebied van constructieve sterkte, thermische isolatie, beluchting en afwatering, inbraakwerendheid en beglazing. Isolerend dubbelglas zetten in een traditioneel stalen raam is meestal lastig, zekert bij monumentale panden. Daar zijn de sponningen van de oude profielen simpelweg te smal voor. Behoud van traditionele stalen profielen en toepassing van dun isolerend dubbelglas is een mogelijkheid, maar met dat ‘monumentenglas’ haal je bij lange na nog niet de Ug-waarde van HR++-glas (1,1 Wm2K).”
Volgens Kremers is het afdoende isoleren van stalen profielen alleen mogelijk door middel van thermische onderbreking in het staalprofiel. Maar daarmee komt hij al op het werkterrein van de hedendaagse systeemhuizen (zie kader) die sinds enkele jaren een nieuwe generatie van geïsoleerde stalen ramen op de markt brengen.

Koele schoonheid
Architecten die houden van de koele schoonheid van stalen ramen en van veel glas in de gevel, passen tegenwoordig raamprofielen toe die nog smaller zijn dan oude stalen profielen. Maar de praktijk wijst volgens Nico Kremers uit dat een streven naar het supersmalle aanzicht zich dikwijls wreekt door problemen met de waterafvoer en de beluchting van het raam en met hang- en sluitwerk. Kremers: “Is er nog ruimte voor de sloten van de hedendaagse afmetingen? En hoe krijg je een hoge glazen deur sluitend zonder degelijke driepuntssluiting? Daar komt nog bij dat traditionele stalen draairamen in ons land en in Engeland traditioneel naar buiten openen.“ 
Kremers beschouwt de hedendaagse toepassingen van stalen ramen, deuren en kozijnen nu nog als een nichemarkt. Hij constateert ook dat de stalen gevelelementen zijn begonnen aan een comeback. Het toenemend aantal transformatieprojecten waarbij fabrieken en pakhuizen veranderen in wooncomplexen met hippe penthouses en lofts is ook hem niet ontgaan. Kremers: “Bij die projecten kiezen architecten graag voor ramen, deuren en geveldetails in retrostijl, ofwel voor regelrechte kopieën van de voorbeelden van de ‘Nieuwe Zakelijkheid’ en de ‘Bauhaus-stijl’ uit de jaren dertig van de vorige eeuw. Die trend is opnieuw hot.” De systeemhuizen, de makers van series stalen profielen, maken de laatste jaren steeds weer nieuwe stalen profielen die nóg smaller en ook nog geïsoleerd zijn. Zelfs net zo smal als de traditionele stoeltjesprofielen. Voor gevelontwerpers die bij renovatie of nieuwbouw streven naar nóg ranker werk in staal, heeft Kremers een advies. “Ik zou hen aanraden om toch vooral binnen specificaties en de afmetingen van die systeemleveranciers te blijven. Die hebben de nodige testrapporten bij hun producten. Die kun je met elkaar vergelijken.”

Compensatie
Een van de grotere opdrachtgevers voor restauratie van industrieel erfgoed is de stichting BOEi (www.boei.nl). Als hoofd ‘Projecten’ van BOEi heeft Ron Spaan in de afgelopen twintig jaar heel veel originele stalen raampartijen gezien in uiteenlopende gradaties van verval: “Wij volgen de adviezen die de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE) geeft, ook wat de stalen ramen betreft. Dat betekent op de eerste plaatst dat we alle stalen en gietijzeren gevelelementen in stand houden en waar nodig repareren. Soms vervangen we bijvoorbeeld delen van originele, door roest aangetaste stoeltjesprofielen door nieuwe. Dat materiaal is nog altijd voorhanden. Om de isolatiewaarde te verbeteren, brengen we vaak achter de gerepareerde stalen ramen achterzetramen aan. Bestaande stalen ramen isoleren of vervangen door geïsoleerde imitaties van aluminium, doen we nooit. Dat materiaal past op geen enkele manier bij ons industriële erfgoed. Energieverlies beperken we ook door daken en vloeren te isoleren. Per slot van rekening komt gemiddeld slechts 30% van het warmteverlies van een gebouw voor rekening van de gevel. De RCE raadt het isoleren van historische stalen ramen af en kiest liever voor compenserende maatregelen zoals duurzame verwarming. Dit laatste doen we nu bij de restauratie en transformatie van gevangeniscomplex Blokhuispoort in Leeuwarden. Een extra argument om geen isolerend glas toe te passen in monumentale stalen ramen is dat nieuw floatglas altijd perfect vlak is, terwijl het oude ‘getrokken glas’ nog verkleuringen en trekstrepen vertoont. De laatste jaren verschijnen nieuwe stalen profielen op de markt die geïsoleerd zijn en die veel lijken op de oude stoeltjesprofielen. Tot voor kort hadden die wat ons betreft nog een te grote inbouwdiepte in vergelijking met het originele uiterlijk. Belangrijk hierbij is ook om goed te kijken naar de verhouding tussen de ongeïsoleerde gevels en geïsoleerde stalen vensters. Vaak zien we dat er voor geïsoleerde aluminium profielen wordt gekozen in plaats van stalen profielen vanwege de kosten, terwijl ongeïsoleerde stalen profielen net zo goed toegepast hadden kunnen worden, in verband met het relatief grote ongeïsoleerde gevelvlak.”

Oorspronkelijke vorm
Als er één regel is voor hoe we willen omgaan met stalen ramen, dan is dat de algemene regel van de RCE: ‘Behoud gaat vóór vernieuwen’, aldus Taco Hermans. Hij is als senior-onderzoeker bij de RCE onder andere specialist op het gebied van instandhouding van stalen ramen. Hermans haast zich om daaraan iets toe te voegen: “Let wel; de RCE is niet de instantie is die de vergunning afgeeft voor een restauratie, dat is de gemeente.” De eerste keuze voor ‘behoud’ kan in praktijk betekenen dat de RCE soms niet kiest voor het isoleren van monumentale ramen. Hermans: “Wij zullen bijvoorbeeld adviseren om oorspronkelijke profielen te herstellen en het oude glas te vervangen door dun isolerend dubbelglas met een zeer lage Ug-waarde zoals vacuümglas, gecoat glas of glas met gasvulling tussen de glasbladen. Bij nieuwe geïsoleerde stalen ramen zijn de inbouwdieptes nog te groot. Voor optimale isolatie heb je immers een profiel met thermische onderbreking nodig en die maakt het profiel dieper. Wij willen dichter bij de oorspronkelijke vorm van het profiel blijven. Je kunt je trouwens afvragen of een afdoende isolatie van een gebouw afhankelijk moet zijn van de U-waarde van de stalen raamprofielen. Je kunt ook denken aan andere, duurzame maatregelen. Dan kun je je beter concentreren op zorgvuldig herstellen van wat in het zicht is.”

Ambachtelijk
Hermans wil niet de indruk wekken dat het de RCE in hoofdzaak te doen is om het perfect herstellen van het originele uiterlijk van een object. Restaureren gaat voor hem een steekje dieper. Hermans: “Het gaat ons ook om behoud van het ambachtelijke werk. We willen niet dat de bedrijven die oude bouwmaterialen leveren en monumenten vakkundig kunnen restaureren, verdwijnen. We willen ook de mogelijkheden behouden om stalen ramen te kunnen herstellen. Monumenten met stalen ramen hebben een uitstraling die verbonden is met een bepaalde periode van de architectuur, zoals die van de vooroorlogse ‘Nieuwe Zakelijkheid’.” Tegenwoordig worden profielen die nodig zijn voor het restaureren van traditionele stalen ramen niet meer in de oorspronkelijke vorm gemaakt. Namaken uit losse onderdelen is wel mogelijk. Tot zijn spijt moet Hermans constateren dat het merendeel van de bedrijven die deze ramen vakkundig kunnen herstellen in de afgelopen decennia failliet is gegaan. “Tegenwoordig vinden eigenaren de restauratie van stalen ramen al gauw te duur. Vaak ten onrechte. Kijk maar naar sanatorium ‘Zonnestraal’ in Hilversum van architect Johannes Duiker uit 1928. Aanvankelijk dacht men dat bij de recente restauratie van dit hoogstandje van Het Nieuwe Bouwen maar 50% van de stalen ramen herbruikbaar was. Dat bleek 80 % te zijn.” Hoe kijkt de restauratiedeskundige naar de nieuwe ‘modernistische’ puien met stalen ramen die qua vormgeving kopieën zijn van historische voorbeelden uit de architectuur van het begin van de twintigste eeuw? Hermans: ”Ook in de nieuwbouw zie je een herwaardering voor de bouwstijlen en de vormgeving van ramen, deuren en gevels van het begin van de vorige eeuw. Heel positief is dat. Alleen, er kan daarbij wel een ongunstig bijeffect optreden. Men vindt dan bijvoorbeeld stalen ramen te duur en kiest voor aluminium omdat het uiterlijk niet of nauwelijks afwijkt van het stalen product. Met andere woorden: dan telt alleen nog maar het uiterlijk. En dat kan bij behoud van monumenten niet de bedoeling zijn.”

Projectgegevens
Opdrachtgever:
Gemeente Helmond Architect: Cepezed B.V. , Delft  Projectarchitect: Jan Houtekamer  Aannemer: Combinatie Adriaans/Moeskops (Adriaans Bouwgroep B.V. , Helmond en Moeskops Bouwbedrijf B.V. , Bergeyk)  Stalen Ramen: Smits Gemert B.V, Gemert  Aluminium binnenpuien:  OAS Van Oorschot Aluminium Constructies B.V. Helmond

Foto: SmidlWijnheymer BV
Kozijn: WNM-Systems

Hier uw advertentie?
Bel +31 (0)73 503 35 44.

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief